ECLI:NL:RVS:2022:2616
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- A.W.M. Bijloos
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing rangschikking landgoed De Wittenburg onder Natuurschoonwet 1928
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Financiën hebben de aanvraag van appellante om het landgoed De Wittenburg te Wassenaar als buitenplaats onder de Natuurschoonwet 1928 te rangschikken afgewezen. Appellante heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, maar kreeg geen gelijk bij de rechtbank. In hoger beroep heeft de Raad van State de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het geschil draait om de vraag of De Wittenburg voldoet aan de definitie van een buitenplaats volgens artikel 1, aanhef en onder c, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928. Dit vereist onder meer een architectonisch verbonden historische tuin of park van ten minste één hectare, waarvan de aanleg dateert van vóór 1850 en die herkenbaar aanwezig is.
Appellante stelde dat het rapport van Korneel Aschman Erfgoedadvies voldoende bewijs leverde dat delen van de historische tuin nog herkenbaar aanwezig zijn. De staatssecretaris en rechtbank oordeelden echter dat het visuele aspect bepalend is en dat appellante onvoldoende heeft aangetoond hoe de tuin of het park er vóór 1850 uitzag. De beschikbare historische kaarten en stukken boden onvoldoende detail om de aanwezigheid van een herkenbare historische tuin of park aan te tonen.
De Raad van State vond dat de staatssecretaris terecht beoordelingsruimte had gebruikt en dat het beroep ongegrond was. De aanvraag mocht derhalve worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: De aanvraag om rangschikking van landgoed De Wittenburg als buitenplaats onder de Natuurschoonwet 1928 wordt afgewezen en deze afwijzing wordt bevestigd.