ECLI:NL:RVS:2022:2626
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J. Gundelach
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over handelsvergunning Latanoprost Horus Pharma en procedurele heroverweging bezwaar
Het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) verleende op 24 mei 2017 een handelsvergunning aan Horus Pharma voor Latanoprost Horus Pharma oogdruppels. Théa maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat het CBG ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van Théa gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en weigerde de vergunning, omdat Horus Pharma niet had vermeld dat de Franse autoriteit eerder een vergunning had geweigerd. Horus Pharma en het CBG gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBG in bezwaar een onvolledige aanvraag mocht heroverwegen en aanvullen, conform artikel 7:11 Awb Pro en Europese richtlijnen. De rechtbank had ten onrechte het besluit op bezwaar herroepen en zelf in de zaak voorzien zonder het CBG de kans te geven het bezwaar opnieuw te beoordelen.
Verder bevestigde de Afdeling dat het CBG het nieuwe besluit op bezwaar mocht nemen en dat dit besluit onderwerp van het beroep was. De Afdeling vond het nieuwe besluit voldoende gemotiveerd, met een onderbouwde beoordeling van de verschillen tussen het geneesmiddel en het referentiegeneesmiddel. Het beroep van Théa tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. De Afdeling veroordeelde het CBG tot vergoeding van proceskosten aan Horus Pharma.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt gedeeltelijk de uitspraak van de rechtbank en bevestigt dat het CBG een nieuw besluit op bezwaar mocht nemen en dat dit besluit voldoende gemotiveerd is.