ECLI:NL:RVS:2022:2651
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek opheffing inreisverbod door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 april 2021 het verzoek van de vreemdeling om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 januari 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het algemeen belang van de Nederlandse samenleving zwaarder weegt dan het individuele belang van de vreemdeling bij opheffing van het inreisverbod.
Daarnaast is het feit dat de vreemdeling een verblijfsaanvraag in Finland heeft ingediend en deze is afgewezen onvoldoende om te concluderen dat de staatssecretaris ambtshalve het inreisverbod had moeten opheffen of contact had moeten opnemen met de Finse autoriteiten. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.