ECLI:NL:RVS:2022:2689
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit projectplan oeververvanging Gouwe wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Deze uitspraak betreft hoger beroepen van meerdere appellanten tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland tot vaststelling van het projectplan 'Waterwet Oeververvanging Gouwe voor werkvak 8, het Nauw van Boskoop'. Bij een eerdere tussenuitspraak werd het college opgedragen het gebrek in het oorspronkelijke besluit te herstellen vanwege onvoldoende zorgvuldigheid bij vaststelling van het projectplan.
Het college stelde het projectplan op 30 mei 2022 gewijzigd vast, waarbij onder meer de wijze van uitvoering, ontwerpdiepte, aantal groutankers en het infiltratiesysteem werden toegelicht. Appellanten voerden diverse bezwaren aan, waaronder dat het projectplan niet voldoende concreet was over de uitvoering, dat de ontwerpdiepte onnodig hoog was, dat het aantal groutankers onjuist was en dat het infiltratiesysteem niet voldeed aan eisen.
De Afdeling overwoog dat het college het gebrek in het oorspronkelijke besluit had hersteld en dat het gewijzigde projectplan voldoende was gemotiveerd en concreet, mede gelet op de redelijke flexibiliteit die aan de aannemer werd geboden. De ontwerpdiepte werd als noodzakelijk geoordeeld om de vaarweg geschikt te houden voor CEMT-klasse IV schepen, en de motivering omtrent groutankers en infiltratiesysteem werd als deugdelijk beoordeeld.
De Afdeling verklaarde de hoger beroepen gegrond, vernietigde het oorspronkelijke besluit van 28 april 2020, maar wees de beroepen tegen het gewijzigde besluit van 30 mei 2022 af. Tevens werd het griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 28 april 2020 wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid, het gewijzigde besluit van 30 mei 2022 wordt gehandhaafd.