ECLI:NL:RVS:2022:2724
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende motivering letselcategorie
Appellante heeft een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven aangevraagd wegens stelselmatig huiselijk geweld en seksueel geweld door haar toenmalige partner tussen 2011 en 2014. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) kende haar een uitkering toe in letselcategorie 3, passend bij ernstig fysiek en seksueel geweld binnen de relatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van de CSG ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. In hoger beroep stelde appellante dat de CSG ten onrechte niet had erkend dat het letsel ernstiger was dan categorie 3, mede omdat sprake was van herhaalde verkrachtingen, aangifte was gedaan en processen-verbaal dit bevestigden.
De Raad van State constateerde dat de CSG onvoldoende had gemotiveerd waarom de situatie niet tevens als zedenmisdrijf kon worden gekwalificeerd, wat hogere letselcategorieën (4 of 5) zou rechtvaardigen volgens de Letsellijst. De medische informatie en processtukken werden onvoldoende betrokken bij de motivering.
Daarom vernietigde de Raad van State het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de CSG een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad van State mogelijk is. De CSG werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuw besluit met betere motivering.