Uitspraak
Datum uitspraak: 21 september 2022
Raad van State
Bij besluit van 29 november 2018 stelde de raad van Utrecht het bestemmingsplan Lage Weide vast, dat het industrieterrein en de bestaande en beperkte uitbreidingsmogelijkheden regelt. Diverse partijen, waaronder Milieugroep Zuilen en bedrijven op het terrein, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de beroepen en onderzocht onder meer de geurregeling die de cumulatieve geurbelasting van bedrijven op het terrein normeert.
De Afdeling oordeelt dat de raad terecht geen nieuw ontwerpplan ter inzage hoefde te leggen, omdat de wijzigingen ten opzichte van het vernietigde plan uit 2016 niet wezenlijk waren. De geurregeling beoogt de cumulatieve geurbelasting te beperken tot een aanvaardbaar niveau, waarbij gebruik wordt gemaakt van een hedonische weging van geuren en een geurcontour als norm. Hoewel de regeling ruimtelijk relevant is en binnen beleidsruimte valt, constateert de Afdeling diverse gebreken in de onderbouwing en invoergegevens van het geurmodel, waaronder onduidelijkheid over hedonische weegfactoren en onjuiste of onvolledige modellering.
De Afdeling stelt dat deze gebreken de geurregeling onzorgvuldig maken en vernietigt dit onderdeel van het bestemmingsplan. De bouwhoogteverhoging voor het perceel Sophialaan 5 van 24 naar 30 meter wordt echter toegestaan, omdat dit geen ernstige aantasting van de omgeving oplevert. Ook andere beroepsgronden, zoals over externe veiligheid en procesrechtelijke aspecten, worden besproken, waarbij de Afdeling overwegend het standpunt van de raad volgt.
Uitkomst: De geurregeling in het bestemmingsplan wordt vernietigd vanwege onzorgvuldigheden; de bouwhoogteverhoging voor Sophialaan 5 wordt toegestaan.