ECLI:NL:RVS:2022:2790
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 15 juni 2022 het besluit om de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 september 2022 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling reageerde schriftelijk en stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren voordat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.