ECLI:NL:RVS:2022:2793
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 18 augustus 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 augustus 2022 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting, onder meer door tijdig een aanvraag voor een laissez-passer in te dienen en deze binnen korte tijd naar de Tunesische autoriteiten te sturen. Het feit dat het proces mogelijk iets sneller had gekund door eerder vingerafdrukken af te nemen, leidt niet tot een ander oordeel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De beslissing werd genomen door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.