ECLI:NL:RVS:2022:2804
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling
De vreemdeling heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen. Hij wilde voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op zijn hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag was beslist. Tevens verzocht hij om opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.
De staatssecretaris had op 15 november 2021 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 15 augustus 2022 ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen en geoordeeld dat er geen reden is om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang wordt afgewezen.