ECLI:NL:RVS:2022:282
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens termijnoverschrijding en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris stelde de vreemdeling op 5 januari 2022 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 25 januari 2022 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet binnen de wettelijke termijn van zeven dagen na sluiting van het onderzoek op 17 januari 2022 uitspraak had gedaan. De uitspraak op 25 januari 2022 was daarmee te laat, waardoor de bewaring vanaf 25 januari 2022 onrechtmatig werd. Dit was voldoende reden om het hoger beroep gegrond te verklaren.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de bewaring met ingang van de dag van de uitspraak werd opgeheven. Tevens kende de Raad van State aan de vreemdeling een schadevergoeding toe van €300 over de periode van 25 tot en met 27 januari 2022 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €2.277,00.
De overige aangevoerde grieven van de vreemdeling werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet relevant waren voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 27 januari 2022 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens termijnoverschrijding en er wordt een schadevergoeding toegekend.