ECLI:NL:RVS:2022:2836
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 juni 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom bevestigde de Afdeling het oordeel van de rechtbank zonder nadere motivering over te gaan.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet verplicht om proceskosten te vergoeden. Hiermee is de afwijzing van de verblijfsvergunning definitief bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en het afwijzingsbesluit van de staatssecretaris wordt bevestigd.