ECLI:NL:RVS:2022:287
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 10 juni 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 17 augustus 2020 het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond verklaard.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat het beroep gegrond is, waarmee het eerdere oordeel van de rechtbank wordt herzien.
De Raad van State heeft het besluit van de staatssecretaris vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, waarmee de vreemdeling alsnog in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De uitspraak is gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier N. Tibold.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.