ECLI:NL:RVS:2022:288
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid afvalligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid wordt verricht en beoordeeld. Hierdoor kon de bestuursrechter niet effectief toetsen of de besluiten zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd zijn. Dit leidde tot het oordeel dat de derde grief van de vreemdeling slaagt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 29 juni 2021. De staatssecretaris moet opnieuw beslissen over de aanvraag, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00 die door de vreemdeling zijn gemaakt voor rechtsbijstand.
De overige aangevoerde grieven behoefden geen bespreking omdat de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer, waarbij het lid van de kamer verhinderd was de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.