ECLI:NL:RVS:2022:2880
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende motivering familie- of gezinsleven
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 april 2020 een aanvraag af om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen aan een vreemdeling met de Sierra Leoonse nationaliteit. De vreemdeling beoogde verblijf bij haar biologische vader, de referent, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De staatssecretaris stelde dat er geen hechte en persoonlijke banden bestonden tussen de vreemdeling en de referent, een standpunt dat door de rechtbank werd bevestigd.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet was ingegaan op zijn beroepsgrond dat op grond van beleidsregels sprake kon zijn van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, ook als een biologische vader beperkte invulling heeft gegeven aan het familieleven en dit wil ontwikkelen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank deze beroepsgrond onbesproken had gelaten en daarmee in strijd had gehandeld met artikel 8:69 Awb Pro.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake zou zijn van familie- of gezinsleven, met name na het overlijden van de biologische moeder van de vreemdeling, terwijl de referent sindsdien alleen verantwoordelijk is voor het kind. Het besluit van 15 oktober 2020 werd daarom vernietigd en de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de mogelijkheid tot hoorzitting moet worden overwogen.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard en het eerdere besluit en uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is vernietigd en een nieuw besluit moet worden genomen.