ECLI:NL:RVS:2022:2885
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 9 maart 2022 werd afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 25 april 2022. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 9 augustus 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hierop hoger beroep in bij de Raad van State. De griffier wees de vreemdeling erop dat het griffierecht betaald moest worden voor behandeling van het hoger beroep, met een uiterste betaaldatum van 9 september 2022. De vreemdeling betaalde het griffierecht niet binnen deze termijn, ondanks een herinnering per aangetekende brief. Tevens gaf de vreemdeling geen redenen aan om het niet betalen te rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid N. Verheij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.