ECLI:NL:RVS:2022:2898
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij asielverlening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 april 2021, aangevuld op 11 augustus 2021, aanvragen van twee vreemdelingen ingewilligd om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdelingen stelden beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen ongegrond op 8 oktober 2021.
De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat een vreemdeling die een asielvergunning heeft gekregen geen belang heeft bij beroepsgronden die betrekking hebben op de vaststelling van zijn staatloosheid, omdat de asielprocedure niet de juiste weg is om hierover te procederen.
Daarom oordeelde de Afdeling dat de rechtbank zich ten onrechte over deze beroepsgronden had uitgelaten en dat de vreemdelingen geen belang hadden bij een beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep werd daarop niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang bij de beroepsgronden.