ECLI:NL:RVS:2022:2899

Raad van State

Datum uitspraak
7 oktober 2022
Publicatiedatum
10 oktober 2022
Zaaknummer
202205803/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang en verstrekkingen vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 12 augustus 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 oktober 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat de hogerberoepstermijn nog niet was verstreken en besloot daarom bij wijze van ordemaatregel de voorgenomen beëindiging van de opvang en verstrekkingen op 7 oktober 2022 achterwege te laten. Dit betekent dat de vreemdeling voorlopig recht houdt op opvang en verstrekkingen totdat de rechter uitspraak doet over het verzoek tot voorlopige voorziening.

Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van € 759,00, welke kosten geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 7 oktober 2022 door voorzieningenrechter J.M. Willems.

Uitkomst: De voorgenomen beëindiging van de opvang en verstrekkingen op 7 oktober 2022 blijft achterwege en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

202205803/2/V3.
Datum uitspraak: 7 oktober 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-­Hertogenbosch, van 3 oktober 2022 in zaak nr. NL22.15852 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 12 augustus 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 3 oktober 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 6 oktober 2022 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 3 oktober 2022 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de voorgenomen beëindiging van de opvang en verstrekkingen op 7 oktober 2022 achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van de opvang en verstrekkingen op 7 oktober 2022 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2022
765-918