ECLI:NL:RVS:2022:2959
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens polygamie in vreemdelingenrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 december 2019 de aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor vijf minderjarige kinderen die in een polygame gezinsconstructie verkeren. De vreemdelingen stelden bezwaar en beroep in, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraken in hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de vraag of de afwijzing terecht is vanwege de polygame situatie, die volgens de Nederlandse wetgeving en maatschappelijke opvattingen in strijd is met de openbare orde en goede zeden. De vreemdelingen voerden aan dat de situatie in het land van herkomst wettelijk is toegestaan en dat alle betrokkenen vrijwillig zijn, waardoor het belang van de openbare orde minder zwaar zou moeten wegen.
De Afdeling overweegt dat polygamie in Nederland wettelijk verboden is en dat het uitgangspunt is dat polygamie niet wordt gefaciliteerd. De staatssecretaris is niet verplicht in elk individueel geval de openbare orde opnieuw te beoordelen, maar moet wel een individuele belangenafweging maken. In dit geval is die beoordeling gemaakt en is het polygame karakter zwaar in het nadeel van de vreemdelingen meegewogen.
De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie en Europese rechtspraak, maar oordeelt dat de verwijzingen van de vreemdelingen niet leiden tot een andere uitkomst. De overige grieven zijn onvoldoende om de uitspraak te vernietigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf bevestigd vanwege de polygame situatie die in strijd is met de openbare orde.