ECLI:NL:RVS:2022:2977
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling diende een aanvraag in voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 7 september 2018 af en verklaarde het bezwaar daarop op 22 maart 2019 ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing op 28 juli 2021. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de staatssecretaris de juiste bewijsmaatstaf en het juiste beoordelingskader had gehanteerd. Volgens eerdere jurisprudentie moet de staatssecretaris alle aangedragen middelen om identiteit en nationaliteit aan te tonen afzonderlijk en in samenhang beoordelen, ook als geen geldig identiteitsbewijs is overlegd.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 22 maart 2019 vernietigd. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, terwijl het griffierecht aan de vreemdeling wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beslissing.