ECLI:NL:RVS:2022:2979
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 juni 2021 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond op 21 oktober 2021. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 15 april 2022 het besluit van 21 oktober 2021 vernietigde, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat in hoger beroep alleen het besluit op bezwaar van 21 oktober 2021 aan de orde was. De rechtbank hoefde daarom niet meer in te gaan op eerdere besluiten die in eerdere procedures waren behandeld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen, met name dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.