ECLI:NL:RVS:2022:298
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling, een Albanese staatsburger, had een verblijfsrecht als echtgenoot van een Roemeense Unieburger. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees zijn aanvraag voor een verblijfsdocument af en stelde vast dat hij geen verblijfsrecht meer had. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 19 maart 2020 ongegrond en vernietigde het besluit van 10 september 2020 voor zover het het verblijfsrecht beëindigde op 12 december 2018.
De vreemdeling stelde dat zijn huwelijk niet was ontbonden en dat het verblijfsrecht daarom voortduurde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het huwelijk niet was ontbonden en dat de rechtbank ten onrechte zelf de einddatum van het verblijfsrecht heeft vastgesteld zonder partijen hierover te horen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het verblijfsrecht beëindigde op 12 december 2018 en verklaarde het beroep tegen het besluit van 19 maart 2020 gegrond. De staatssecretaris moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van de uitspraak en de proceskosten van de vreemdeling vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond, waardoor het verblijfsrecht niet is geëindigd op 12 december 2018.