ECLI:NL:RVS:2022:2982
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 26 augustus 2022 werd ingewilligd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk op 30 september 2022.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het hoger beroep geen vragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt.
Daarnaast oordeelde de rechtbank terecht dat de plannen van het kabinet omtrent de procedure voor gezinshereniging niet leiden tot een verschil in rechtspositie tussen houders van verschillende verblijfsvergunningen, zodat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk maakte dat zijn rechtspositie hierdoor wordt geschaad.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep van de vreemdeling.