ECLI:NL:RVS:2022:3036
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-in-behandeling-neming verblijfsaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 september 2022 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 oktober 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de voorgenomen overdracht op 20 oktober 2022 te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hogerberoepstermijn nog niet verstreken is en treft daarom bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Hiermee wordt bepaald dat de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 20 oktober 2022 niet zal plaatsvinden. Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt, ter hoogte van € 759,00, welke kosten geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer in aanwezigheid van griffier S. Bechinka. De uitspraak betreft een voorlopige voorziening in het kader van een hoger beroep tegen een bestuursrechtelijke beslissing omtrent het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 20 oktober 2022 blijft achterwege en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.