ECLI:NL:RVS:2022:3041
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 augustus 2022 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 september 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling is vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Gezien de belangen van zowel de vreemdeling als de staatssecretaris is besloten om een voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden, omdat deze reeds bij een eerdere ordemaatregel tot vergoeding van proceskosten is veroordeeld.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel, in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper, op 20 oktober 2022. Deze voorlopige voorziening waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure niet wordt uitgezet en behoudt zijn recht op opvang en verstrekkingen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning is beslist.