ECLI:NL:RVS:2022:3041

Raad van State

Datum uitspraak
20 oktober 2022
Publicatiedatum
20 oktober 2022
Zaaknummer
202205617/3/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 augustus 2022 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 september 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling is vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Gezien de belangen van zowel de vreemdeling als de staatssecretaris is besloten om een voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden, omdat deze reeds bij een eerdere ordemaatregel tot vergoeding van proceskosten is veroordeeld.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel, in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper, op 20 oktober 2022. Deze voorlopige voorziening waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure niet wordt uitgezet en behoudt zijn recht op opvang en verstrekkingen.

Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning is beslist.

Uitspraak

202205617/3/V3.
Datum uitspraak: 20 oktober 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 september 2022 in zaak nr. NL22.15714 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 12 augustus 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 22 september 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op de belangen die de vreemdeling en de staatssecretaris naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden, omdat de voorzieningenrechter de staatssecretaris al bij het treffen van de ordemaatregel tot vergoeding van de proceskosten van het verzoek heeft veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
872