ECLI:NL:RVS:2022:3042
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 25 augustus 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen, niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 september 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich onder meer op een rechtsvraag die reeds in eerdere jurisprudentie was beantwoord, namelijk wanneer kan worden aangenomen dat een vreemdeling na terugkeer in een lidstaat over een verblijfsvergunning of andere verblijfsrechtelijke toestemming zal beschikken.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe of relevante rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming dienen te bevorderen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.