ECLI:NL:RVS:2022:3063
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid bekering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 december 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, die zich beroept op bekering tot het christendom, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag. Deze verklaarde het beroep ongegrond op 11 februari 2022. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelt vast dat het hoger beroep van de ouders van de vreemdeling gegrond is verklaard in een samenhangende zaak, waarbij de staatssecretaris zich opnieuw moet uitlaten over de geloofwaardigheid van hun bekering. Omdat het asielrelaas van de vreemdeling nauw verweven is met dat van haar ouders, raakt dit oordeel ook haar zaak. Hierdoor slagen de grieven van de vreemdeling tegen het oordeel van de rechtbank over haar bekering.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 10 december 2021. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00 die door de vreemdeling zijn gemaakt voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.