ECLI:NL:RVS:2022:307
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit plaatsing rolcontainers locatie U216 wegens onvoldoende motivering
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het college van burgemeester en wethouders van Uitgeest opgedragen het besluit van 6 mei 2020 te herstellen, omdat het onvoldoende inzicht gaf in de verdeling van rolcontainers in de straat De Bakker.
Het college had de locatie U216 aangewezen als clusterlocatie voor het plaatsen van 10 rolcontainers voor huishoudelijk afval. Appellante had aangegeven akkoord te kunnen gaan met 7 rolcontainers in plaats van 10. De Afdeling oordeelde dat het besluit van 6 mei 2020 in strijd was met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en vernietigde dit besluit voor zover het de locatie U216 betrof.
Het college nam vervolgens op 2 november 2021 een nieuw besluit waarin 7 rolcontainers werden toegekend aan locatie U216. Appellante maakte hiertegen geen bezwaar en diende geen zienswijze in. De Afdeling verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond.
De Afdeling gelastte het college tevens om het betaalde griffierecht van appellante te vergoeden. Het geschil betrof dus de motivering en rechtmatigheid van de aanwijzing van een clusterlocatie voor afvalcontainers en de aanpassing van het aantal containers na bezwaar van omwonenden.
Uitkomst: Het besluit van 6 mei 2020 over 10 rolcontainers op locatie U216 is vernietigd, het herstelbesluit van 2 november 2021 met 7 rolcontainers is gehandhaafd.