ECLI:NL:RVS:2022:3072

Raad van State

Datum uitspraak
26 oktober 2022
Publicatiedatum
26 oktober 2022
Zaaknummer
202205258/2/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet natuurbeschermingCrisis- en herstelwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Sperwerstraat 2-4 Arnhem

De raad van de gemeente Arnhem stelde op 20 juli 2022 het bestemmingsplan 'Chw Sperwerstraat 2-4' vast, dat voorziet in de bouw van 19 appartementen ter vervanging van een voormalig garagebedrijf met drie appartementen. Verzoeker, eigenaar van een nabijgelegen pand, vreesde dat het bestemmingsplan zijn gebruiksmogelijkheden zou beperken en de parkeerdruk zou toenemen. Tevens stelde hij dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar beschermde diersoorten en dat de Crisis- en herstelwet (Chw) ten onrechte was toegepast.

De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker niet concreet had gemaakt welke gebruiksmogelijkheden zouden worden beperkt en dat het bestemmingsplan geen nieuwe beperkingen oplegt ten opzichte van het bestaande plan. De parkeerdruk zou juist afnemen door extra parkeerplaatsen op eigen terrein en in het openbaar gebied. Ten aanzien van de soortenbescherming was niet aannemelijk gemaakt dat de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan belemmert. Ook de toepassing van de Chw en de versnelde behandeling van het beroep gaven geen aanleiding tot schorsing.

Gelet op deze overwegingen werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is een voorlopige beslissing en bindt niet in de bodemprocedure. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Sperwerstraat 2-4 wordt afgewezen.

Uitspraak

202205258/2/R4.
Datum uitspraak: 26 oktober 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
de raad van de gemeente Arnhem,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 20 juli 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Chw Sperwerstraat 2-4" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 oktober 2022, waar [verzoeker] en de raad, vertegenwoordigd door ing. B. Lagerberg, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
Overwegingen
1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Inleiding
2.       Het bestemmingsplan voorziet in een gebouw met 19 appartementen aan de Sperwerstraat 2-4 te Arnhem. Op het perceel is een voormalig garagebedrijf met drie appartementen aanwezig dat wordt gesloopt om de appartementen mogelijk te maken.
[verzoeker] is de eigenaar van het pand [locatie] te Arnhem.
Beoordeling van het verzoek
Het verzoek
3.       [verzoeker] heeft op de zitting toegelicht dat de voorzieningenrechter tot schorsing van het plan moet overgaan, omdat hij vreest dat hij in de gebruiksmogelijkheden van zijn perceel zal worden beperkt en dat de parkeerdruk zal toenemen als het bestemmingsplan in werking treedt.
Verder bestaat er volgens hem aanleiding voor schorsing van het plan, omdat er volgens hem onvoldoende onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten op het perceel waar het bestemmingsplan betrekking op heeft. De bij het besluit behorende "Quickscan Natuurwaardenonderzoek Sperwerstraat 2-4 te Arnhem" van Natuurbank Overijssel van 23 juni 2020 (hierna: de Quickscan) bevat volgens hem onjuistheden.
Hij stelt zich ook op het standpunt dat de raad ten onrechte de Crisis- en herstelwet (hierna: de Chw) van toepassing heeft verklaard. Ter zitting heeft hij toegelicht dat hij vindt dat hij door de versnelde behandeling van zijn beroep in zijn belangen wordt geschaad.
Beperking gebruiksmogelijkheden
3.1.    Over het betoog van [verzoeker], dat hij vreest dat hij in zijn gebruiksmogelijkheden van zijn perceel wordt beperkt als het bestemmingsplan in werking treedt, wordt het volgende overwogen. Ter zitting heeft hij toegelicht dat hij vreest voor klachten uit de buurt als hij op zijn perceel bijvoorbeeld een houtzagerij wil vestigen. Het bestemmingsplan "Monnikenhuizen-Klarenbeek" dat op het perceel van [verzoeker] van toepassing is staat een dergelijk gebruik echter niet toe. [verzoeker] heeft niet concreet gemaakt in welke andere gebruiksmogelijkheden, die hij van plan is te gaan verrichten, hij zal worden beperkt door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. In zoverre bestaat geen grond voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
Parkeren
3.2.    Over de door [verzoeker] gevreesde parkeeroverlast wordt overwogen dat de raad heeft toegelicht dat de parkeersituatie door de vaststelling van het bestemmingsplan wordt verbeterd. In de bestaande situatie maken de werknemers en klanten van het garagebedrijf en de bewoners en bezoekers van de appartementen gebruik van parkeerruimte in het openbaar gebied. In de nieuwe situatie zijn er 12 parkeerplaatsen op eigen terrein en worden er nog 5 extra parkeerplaatsen aangelegd in het openbaar gebied. Dit is door [verzoeker] niet bestreden. Ook in zoverre bestaat er geen grond voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
Soortenbescherming Wet natuurbescherming
3.3.    Ook het door [verzoeker] aangevoerde, dat het soortenbeschermingsregime uit de Wet natuurbescherming aan de uitvoering van het bestemmingsplan in de weg staat, geeft geen grond voor het treffen van de door hem gevraagde voorlopige voorziening. Los van het antwoord op de vraag of aan [verzoeker] in dit kader het relativiteitsvereiste moet worden tegengeworpen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat [verzoeker] vooralsnog niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Wet natuurbescherming, als het gaat om het soortenbeschermingsregime, aan de uitvoering van het bestemmingsplan in de weg staat. Hij heeft alleen gesteld, maar niet aan de hand van een tegenrapport of op een andere manier aannemelijk gemaakt dat de door een deskundige opgemaakte Quickscan onjuistheden bevat. Voor zover mocht blijken dat de regels van de Wet natuurbescherming, die betrekking hebben op soortenbescherming en bijbehorende vrijstellings- en ontheffingsmogelijkheden, toch in de weg staan aan de uitvoering van het bestemmingsplan, dan zal het bestemmingsplan in zoverre niet mogen worden uitgevoerd zonder dat eerst de strijd met die regels wordt weggenomen. Gelet hierop, is er in dit geval geen reden om met het oog op de soortenbescherming het bestemmingsplan te schorsen.
Toepasselijkheid Chw
3.4.    Ook in het betoog over de toepasselijkheid van de Chw ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De wijze van behandeling van het beroep door de Afdeling kan geen aanleiding geven voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Overig
4.       Ook in het overige door [verzoeker] aangevoerde ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van de door hem gevraagde voorlopige voorziening.
Conclusie
5.       Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
6.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.D. Kamphorst-Timmer, griffier.
w.g. Schueler
voorzieningenrechter
w.g. Kamphorst-Timmer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2022
776