ECLI:NL:RVS:2022:308
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- J. Hoekstra
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit last onder dwangsom wegens onvoldoende motivering en strijdigheid met gelijkheidsbeginsel
Appellant begon eind 2016 met de bouw van een uitbouw zonder vereiste omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde hem een last onder dwangsom op om de uitbouw te verwijderen. Deze uitbouw voldeed niet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen volgens het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Appellant voerde onder meer aan dat de uitbouw binnen de vergunningvrije zone viel en dat het college onevenredig handhavend optrad, mede omdat vergelijkbare uitbouwen in de buurt niet werden aangepakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het niet handhavend optreedt tegen vergelijkbare uitbouwen, waardoor het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het besluit van 21 februari 2018 geschorst en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen.