Uitspraak
Datum uitspraak: 26 oktober 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
Raad van State
De raad van de gemeente Almelo stelde op 13 april 2021 het bestemmingsplan voor een perceel met een woning, B&B en muziekstudio vast. De appellant stelde beroep in tegen dit besluit wegens diverse bezwaren, waaronder het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit, strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking, en strijd met de Omgevingsverordening Overijssel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de B&B en het bijgebouw legaal zijn en dat geen m.e.r.-beoordelingsbesluit nodig was vanwege de kleinschaligheid. De raad mocht de ladder voor duurzame verstedelijking toepassen zoals gedaan. Echter, de toelating van een solitaire recreatiewoning zonder ontheffing van het college van Gedeputeerde Staten is strijdig met artikel 2.12.2 van de Omgevingsverordening. Dit onderdeel van het plan is daarom vernietigd.
Verder oordeelde de Afdeling dat de geluidbelasting en parkeerbehoefte voldoende waren onderzocht en gemotiveerd, en dat het plan in overeenstemming is met gemeentelijk beleid en de Kaderstelling landelijk gebied. De raad is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de appellant.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor zover het een solitaire recreatiewoning toestaat zonder vereiste ontheffing van de Omgevingsverordening Overijssel.