ECLI:NL:RVS:2022:3101

Raad van State

Datum uitspraak
27 oktober 2022
Publicatiedatum
27 oktober 2022
Zaaknummer
202106721/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging rechtbankuitspraak inzake geboortedatum vreemdeling bij verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 mei 2021 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. De vreemdeling stelde beroep in tegen het besluit, specifiek gericht op de vastgestelde geboortedatum. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de geboortedatum betrof, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact.

De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Raad overwoog dat de staatssecretaris op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de geboortedatum geregistreerd in een andere lidstaat van de EU, in dit geval Denemarken.

De vreemdeling slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de registratie onjuist was. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202106721/1/V2.
Datum uitspraak: 27 oktober 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 28 september 2021 in zaak nr. NL21.7841 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 3 mei 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 28 september 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit, voor zover het ziet op de geboortedatum van de vreemdeling, vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. B.J. Riesebos, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraken van 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:653, en van 11 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1165) volgt dat de staatssecretaris er, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, van mag uitgaan dat de registratie van de geboortedatum in een andere lidstaat van de EU zorgvuldig heeft plaatsgevonden, zodat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat deze registratie onjuist is. De staatssecretaris is terecht uitgegaan van de in Denemarken geregistreerde meerderjarigheid van de vreemdeling. De rechtbank heeft verder terecht overwogen dat de vreemdeling er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat die registratie niet juist is.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Tibold
griffier
968