ECLI:NL:RVS:2022:3101
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake geboortedatum vreemdeling bij verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 mei 2021 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. De vreemdeling stelde beroep in tegen het besluit, specifiek gericht op de vastgestelde geboortedatum. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de geboortedatum betrof, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Raad overwoog dat de staatssecretaris op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de geboortedatum geregistreerd in een andere lidstaat van de EU, in dit geval Denemarken.
De vreemdeling slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de registratie onjuist was. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.