ECLI:NL:RVS:2022:3183
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens ernstige bedreiging en toepassing Besluit nr. 1/80
De vreemdeling, afkomstig uit Turkije en sinds 2011 in Nederland, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die de staatssecretaris met terugwerkende kracht introk vanwege ernstige strafbare feiten. De rechtbank had dit besluit vernietigd, stellende dat de vreemdeling rechten ontleent aan artikel 7 van Pro Besluit nr. 1/80 en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling een ernstige bedreiging vormt.
De Raad van State oordeelt dat de vader van de vreemdeling niet meer behoort tot de legale arbeidsmarkt omdat hij langer dan de toegestane termijn geen dienstverband had en als zelfstandige niet als werknemer wordt aangemerkt. Hierdoor kan de vreemdeling geen rechten ontlenen aan Besluit nr. 1/80. Tevens wordt geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat de vreemdeling een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt, mede gelet op de aard en ernst van de gepleegde misdrijven en de recente veroordelingen.
De Raad verwerpt het beroep van de vreemdeling dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, waarbij wordt meegewogen dat de vreemdeling weliswaar een lange verblijfsperiode en gezinsbanden heeft, maar dat het algemeen belang van de openbare orde zwaarder weegt. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.