ECLI:NL:RVS:2022:3196

Raad van State

Datum uitspraak
8 november 2022
Publicatiedatum
8 november 2022
Zaaknummer
202205420/1/V3 en 202205420/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 augustus 2022 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 september 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.

Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris de Afdeling geïnformeerd dat de vreemdeling met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem heeft. De Afdeling concludeert hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep.

Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij op 8 november 2022.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

202205420/1/V3 en 202205420/2/V3.
Datum uitspraak: 8 november 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 9 september 2022 in zaak nr. NL22.15640 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 9 september 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D. de Heuvel, advocaat te Papendrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       De staatssecretaris heeft de Afdeling per brief laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokkenen. De gemachtigde van de vreemdeling heeft niet laten weten dat zij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft de vreemdeling geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
3.       Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Verheij
voorzieningenrechter
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
47-1023