19.3.De Afdeling ziet geen reden te twijfelen aan de toelichting van de raad over de uitvraag. Anders dan [appellant sub 2] ziet de Afdeling in de door hem bedoelde uitlating van het college niet een (ook) aan [appellant sub 2] gedane toezegging waaruit hij kon afleiden dat tegenover zijn woningen alleen extensieve bebouwing zou worden toegestaan.
Conclusie beroep [appellant sub 2]
20. Gelet op het vorenstaande komt de Afdeling tot de slotsom dat het beroep van [appellant sub 2] ongegrond is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] tegen het besluit van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn van 15 juli 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bentwijck, Benthuizen" ongegrond;
II. verklaart het beroep van [appellante sub 3] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn van 15 juli 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bentwijck, Benthuizen" gegrond;
III. vernietigt het besluit van 15 juli 2021 van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn, waarbij de raad het bestemmingsplan "Bentwijck, Benthuizen" heeft vastgesteld, voor zover het betreft artikel 6.5.5, lid c en onder 2, van de planregels;
IV. bepaalt dat artikel 6.5.5, lid c en onder 2, van de planregels als volgt komt te luiden: "c. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a en b. wanneer door middel van een akoestisch onderzoek vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai - waarin eventueel benodigde geluidreducerende overdrachtsmaatregelen zijn opgenomen - kan worden aangetoond dat:
1. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevels van de te bouwen geluidgevoelige gebouwen bevinden niet hoger is dan 50 dB(A), 45 dB(A) en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode vanwege de bedrijfsactiviteiten van bedrijven op het Verbreepark;
2. het maximale geluidsniveau op de gevels van de te bouwen geluidgevoelige gebouwen als gevolg van deze bedrijfsactiviteiten niet hoger is dan 70 dB(A), 65 dB (A) en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode;";
V. bepaalt dat deze uitspraak wat onder onderdeel IV betreft in de plaats treedt van het bestreden besluit van 15 juli 2021, voor zover dit is vernietigd;
VI. draagt de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen IV en V, worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;
VII. veroordeelt de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn tot vergoeding van bij [appellante sub 3] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.518,00, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
VIII. gelast dat de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn aan [appellante sub 3] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 360,00, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, mr. W. den Ouden en mr. C.H. Bangma, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier.
w.g. Van Diepenbeek
voorzitter
Uitgesproken in het openbaar op 9 november 2022