ECLI:NL:RVS:2022:3258
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken terugkeerbesluit en onzorgvuldige toepassing uitstel van vertrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 juli 2021 de asielaanvraag van de vreemdeling af en weigerde ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. In hoger beroep stelde de vreemdeling dat het besluit onzorgvuldig was omdat geen terugkeerbesluit was uitgevaardigd, terwijl het verblijf illegaal was geworden. De Raad van State oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, omdat geen terugkeerbesluit was genomen en de vreemdeling niet op correcte wijze was geïnformeerd over de rechtsgevolgen.
Daarnaast nam de staatssecretaris op 1 december 2021 alsnog een terugkeerbesluit en droeg de vreemdeling op Nederland binnen vier weken te verlaten. De vreemdeling voerde medische bezwaren aan tegen het terugkeerbesluit en het ontbreken van ambtshalve toepassing van artikel 64 Vw Pro 2000. De Raad van State stelde vast dat de medische situatie een medische beoordeling vereist en dat de staatssecretaris hierover geen standpunt had ingenomen, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
De Raad van State vernietigde het besluit van 30 juli 2021 voor zover het ging over de rechtsgevolgen van het afwijzende asielbesluit en het besluit van 1 december 2021 voor zover het de weigering van ambtshalve uitstel van vertrek betreft. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens het ontbreken van een terugkeerbesluit en het besluit van 1 december 2021 wordt vernietigd wegens het niet ambtshalve verlenen van uitstel van vertrek.