ECLI:NL:RVS:2022:3261
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Italië
Bij besluit van 17 juni 2021 bepaalde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat de vreemdeling zou worden overgedragen aan Italië. De vreemdeling stelde daartegen beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep.
De staatssecretaris verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de overdrachtstermijn op te schorten, omdat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en de overdrachtstermijn was verlengd tot 18 maanden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de niet-overdracht niet samenhing met de uitspraak van de rechtbank, maar met het onderduiken van de vreemdeling.
De voorzieningenrechter verwees naar het arrest van het Hof van Justitie van 22 september 2022 (ECLI:EU:C:2022:709) en stelde dat verlenging van de overdrachtstermijn mogelijk is, maar opschorting of verdere verlenging niet. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek van de staatssecretaris om opschorting van de overdrachtstermijn aan Italië wordt afgewezen.