ECLI:NL:RVS:2022:328
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor vissteiger ondanks bezwaar over bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer verleende op 11 maart 2020 een omgevingsvergunning aan een vergunninghoudster voor het bouwen van een vissteiger binnen het bouwplan Nieuw Calslagen. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan omdat de uitvoering zou afwijken van eerder verleende vergunningen. Na ongegrondverklaring van het bezwaar door het college, stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde aan dat het bouwplan afweek van eerdere vergunningen, dat zijn perceel onrechtmatig werd gebruikt, en dat er sprake was van een evidente privaatrechtelijke belemmering. De Afdeling oordeelde dat het college bij het toetsen van de aanvraag uitsluitend moest beoordelen of zich een weigeringsgrond uit artikel 2.10 van de Wabo voordeed, wat niet het geval was. Afwijkingen van eerder verleende vergunningen leiden niet automatisch tot strijd met het bestemmingsplan.
Verder stelde de Afdeling vast dat privaatrechtelijke belemmeringen geen grond voor weigering van de omgevingsvergunning vormen. De eerdere procedures en toezeggingen waren niet relevant voor deze vergunningprocedure. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de vissteiger blijft in stand.