ECLI:NL:RVS:2022:3281
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 9 september 2022 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 oktober 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt.
De Afdeling nam de motivering van de rechtbank over, waaronder het oordeel dat de vreemdeling in het Engels kon worden gehoord. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.