ECLI:NL:RVS:2022:3334
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over leeftijdsschouw en inbewaringstelling vreemdeling zonder bewijs minderjarigheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling in bewaring op grond van een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een risico op het ontkomen aan toezicht. De vreemdeling stelde minderjarig te zijn, maar kon dit niet met bewijsmiddelen onderbouwen. De leeftijdsschouw werd uitgevoerd door twee onafhankelijke ambtenaren die concludeerden dat de vreemdeling evident meerderjarig was.
De rechtbank oordeelde dat het beleid voor leeftijdsschouw in de asielprocedure (paragraaf C1/2.1 van de Vc 2000) van toepassing was en dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan, waardoor de maatregel van bewaring onrechtmatig was en schadevergoeding werd toegekend. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State stelde vast dat paragraaf C1/2.1 niet van toepassing is op de bewaringsprocedure, maar paragraaf A2/3 van de Vc 2000 wel. De uitgevoerde leeftijdsschouw voldeed aan deze beleidsregel, en de staatssecretaris hoefde geen aanvullend onderzoek te doen. De rechtbank had ten onrechte een andere standaard gehanteerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd, beroep vreemdeling ongegrond en verzoek schadevergoeding afgewezen.