ECLI:NL:RVS:2022:3382
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestemmingsplan Harlingen-Ludinga wegens onvoldoende concretisering
Ludinga verzocht de raad van de gemeente Harlingen om het bestemmingsplan 'Harlingen-Ludinga' te herzien en de maximering van het aantal woningen van 191 te verwijderen. De raad wees dit verzoek af, waarna Ludinga bezwaar maakte en beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ludinga stelde dat de raad het vertrouwensbeginsel had geschonden omdat tijdens een eerdere zitting in 2015 was toegezegd dat vóór 2020 een nieuw bestemmingsplan zou worden vastgesteld. De raad stelde dat deze termijn slechts een indicatie was en dat provinciale regelgeving beperkingen oplegt. De Woonvisie 2020-2030 bevestigde dat het maximum van 191 woningen gehandhaafd bleef.
De Afdeling oordeelde dat Ludinga geen concrete toezeggingen kon aantonen die een verplichting voor de raad zouden vormen. Daarnaast was het verzoek onvoldoende concreet omdat Ludinga geen duidelijk plan had over het aantal, type, fasering en locatie van de woningen. Ook ontbrak inzicht in de financieel-economische uitvoerbaarheid. De raad mocht het verzoek daarom afwijzen zonder de inhoudelijke toetsing aan provinciale regelgeving.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de raad hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen beleidsruimte hebben bij bestemmingsplannen en dat het vertrouwensbeginsel niet snel leidt tot een verplichting tot wijziging zonder concrete toezeggingen of plannen.
Uitkomst: Het beroep van Ludinga tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard.