ECLI:NL:RVS:2022:3386
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bestuursdwangkosten Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 19 augustus 2021 spoedeisende bestuursdwang op wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijk afval. Op 12 september 2021 stelde het college dit besluit schriftelijk vast en legde een deel van de kosten (€126,00) bij appellante neer. Appellante maakte bezwaar, maar het college verklaarde dit niet-ontvankelijk omdat het bezwaar niet binnen de wettelijke termijn was ingediend.
Appellante betwistte de niet-ontvankelijkheid en stelde dat zij het bezwaarschrift tijdig, namelijk op 18 september 2021, ter post had bezorgd. Het college stelde dat het bezwaar pas op 27 oktober 2021 was ontvangen, wat buiten de termijn viel. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde de bewijsvoering, waaronder een onleesbare poststempel en een ontvangststempel van 27 oktober 2021 door de gemeentelijke dienst.
De Afdeling concludeerde dat het bezwaar geacht moet worden tijdig ter post te zijn bezorgd omdat het uiterlijk op de tweede werkdag na het verstrijken van de termijn door het college is ontvangen. Hierdoor was het college onterecht tot niet-ontvankelijkheid overgegaan. Het besluit van 9 december 2021 werd vernietigd en het college moet inhoudelijk op het bezwaar beslissen. Tevens werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd.