ECLI:NL:RVS:2022:3401
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- P.H.A. Knol
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid administratief beroep tegen verlenging stage advocatuur
De raad van de orde van advocaten in Amsterdam verlengde op 30 augustus 2019 de stage van appellant met zes maanden. Appellant stelde dat hij hiertegen op 8 november 2019 administratief beroep had ingesteld, maar de algemene raad verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Appellant overhandigde een track en trace bewijsstuk waaruit bleek dat het poststuk op 11 november 2019 was bezorgd. De algemene raad onderzocht dit en constateerde dat het poststuk was aangeboden maar bestemd was voor de raad van Den Haag, waardoor het direct werd doorgestuurd. De brief die bij het poststuk hoorde ging over een overstap van appellant naar Den Haag en niet over het beroepschrift tegen de verlenging.
De rechtbank oordeelde dat appellant aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig beroep had ingesteld, maar dat de algemene raad het vermoeden van ontvangst voldoende had ontzenuwd. Appellant kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift wel was ontvangen. De Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond. De algemene raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het administratief beroep bevestigd.