ECLI:NL:RVS:2022:3408
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing exploitatievergunning passagiersvaart Amsterdam
Eenmanszaak diende op 2 november 2016 een aanvraag in voor een exploitatievergunning voor het vervoeren van passagiers met een bedrijfsvaartuig in het segment Bemand groot. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af vanwege een vergunningstop en het niet voldoen aan de uitgifteronde 2020. Na diverse procedures oordeelde de Afdeling dat het college de aanvraag had moeten toetsen aan de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob) en het GWT-Reglement, voor zover dit niet onverbindend was.
Het college handhaafde de afwijzing op basis van de Vob en het GWT-Reglement, waarbij het stelde dat de aanvraag op basis van de rangorde niet in aanmerking kwam voor een vergunning en dat de vergunningen voor onbepaalde tijd herleefden na eerdere uitspraken. Eenmanszaak betwistte de toepassing van het GWT-Reglement en stelde dat de afwijzing onevenredig was.
De Afdeling oordeelde dat het college het besluit op bezwaar had moeten motiveren aan de hand van beide regelingen en vernietigde het besluit van 16 februari 2022. Desondanks liet de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het college terecht de aanvraag kon afwijzen op grond van artikel 16 van Pro het GWT-Reglement. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 16 februari 2022 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het college moet proceskosten en griffierecht vergoeden.