ECLI:NL:RVS:2022:3418
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving hotelmatig gebruik bijgebouw in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een last onder dwangsom op omdat hij een bijgebouw op zijn perceel gebruikte als bed & breakfast, wat volgens het bestemmingsplan 'Landelijk Noord' niet is toegestaan. Appellant voerde aan dat hij op basis van een brief van het gemeentebestuur mocht vertrouwen op het gebruik als B&B zonder vergunning, dat het verbod in strijd was met de Dienstenrichtlijn en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het bestemmingsplan en het gebruiksverbod regels van ruimtelijke ordening zijn die niet onder de Dienstenrichtlijn vallen. Het vertrouwensbeginsel faalt omdat appellant onjuist heeft verklaard aan de voorwaarden te voldoen bij zijn melding, waardoor geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontstaan.
Ook het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, omdat de situatie van appellant verschilt van een andere locatie met een agrarische bestemming waar B&B gebruik wel is toegestaan. De Raad van State concludeert dat het college niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld en bevestigt het handhavingsbesluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.