ECLI:NL:RVS:2022:3419
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over gebruik personeelswoning zonder omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Texel legde aan [partij A] en [partij B] een last onder dwangsom op wegens het gebruik van een deel van de bebouwing op het perceel [locatie 1] voor bewoning zonder omgevingsvergunning, in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Texel 2013". De rechtbank stelde echter vast dat in 2001 een bouwvergunning was verleend voor een personeelswoning, bedoeld voor tijdelijke huisvesting van personeel, en oordeelde dat het gebruik als bedrijfswoning niet was vergund. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het latere gebruik van de woning en de inhoud van de bouwvergunning buiten beschouwing had gelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de bouwvergunning van 30 maart 2001 een personeelswoning betrof met woonvoorzieningen en dat het gebruik door [partij B], die een bedrijf op het perceel heeft, in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Hierdoor was het college niet bevoegd om handhavend op te treden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van het college gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond, waarmee de zaak werd beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard.