ECLI:NL:RVS:2022:343
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid afvalligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 juni 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid werd verricht en beoordeeld. Hierdoor was toetsing door de bestuursrechter niet effectief mogelijk. Dit leidde tot het oordeel dat het hoger beroep gegrond was en dat de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd moesten worden.
De staatssecretaris moet de aanvraag opnieuw beoordelen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Verdere inhoudelijke bespreking van overige grieven was niet nodig vanwege de vernietiging van het besluit.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet de aanvraag opnieuw beoordelen.