ECLI:NL:RVS:2022:3446
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en weigering opvang vreemdeling
De vreemdeling heeft bij besluit van 26 januari 2021 een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. Dit verzoek is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna bezwaar en beroep zijn ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard op 28 september 2022.
De vreemdeling heeft vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met het verzoek om niet uitgezet te worden voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd en dat de belangen van de staatssecretaris en de vreemdeling zwaarder wegen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling wordt uitgezet zonder opvang of verstrekkingen.