ECLI:NL:RVS:2022:3455
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 april 2020 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling over het oordeel van de rechtbank dat hij zijn identiteit en nationaliteit niet ondubbelzinnig had aangetoond met geldige documenten. De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar eerdere jurisprudentie omtrent de bewijsmaatstaf en het beoordelingskader voor identiteit en nationaliteit van derdelanders.
Hoewel de vreemdeling zijn identiteit niet aannemelijk maakte met andere middelen dan zijn eigen verklaring, wat onvoldoende is, leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor het verblijfsdocument bevestigd.