ECLI:NL:RVS:2022:3457

Raad van State

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
25 november 2022
Zaaknummer
202205777/2/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 1:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen correctieve herziening bestemmingsplan Landgoed Tongeren

De raad van de gemeente Epe stelde op 12 mei 2022 het bestemmingsplan 'Correctieve herziening bestemmingsplan Landgoed Tongeren 2021' vast, waarmee bouwvlakken werden toegevoegd die in het oorspronkelijke plan van 2013 ontbraken. De stichting Behoud van het landgoed Tongeren vreesde dat deze wijziging negatieve effecten zou kunnen hebben op omliggende Natura 2000-gebieden, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone, met name door mogelijke realisatie van bijgebouwen voor recreatieve doeleinden.

De stichting stelde beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De raad en MELT betwistten het belanghebbende zijn van de stichting. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag naar het belanghebbend zijn van de stichting in de bodemprocedure moet worden beantwoord en dat de voorlopige voorziening niet geschikt is voor een definitieve beoordeling hiervan.

Verder concludeerde de voorzieningenrechter dat de stichting onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er concrete en onomkeerbare ontwikkelingen zouden plaatsvinden voordat de bodemrechter uitspraak doet. Ook bleek uit navraag dat op korte termijn geen concrete ontwikkelingen te verwachten zijn. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek af en veroordeelde de raad niet tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E.J. Daalder op 29 november 2022.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

202205777/2/R4.
Datum uitspraak: 29 november 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:
Stichting Behoud van het landgoed Tongeren te Epe (hierna: de stichting), gevestigd te Epe,
verzoekster,
en
de raad van de gemeente Epe,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 12 mei 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Correctieve herziening bestemmingsplan Landgoed Tongeren 2021" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft de stichting beroep ingesteld.
De stichting heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Maatschappij tot exploitatie van het Landgoed Tongeren onder Epe B.V. (hierna: MELT) heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.
De stichting heeft een nader stuk ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 november 2022, waar de stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door P. Schaapman, S. Geene en mr. H.A. Bernard, zijn verschenen. Voorts is MELT, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en bijgestaan door mr. L. Haver Droeze, als partij gehoord.
De stichting en MELT hebben nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Ontvankelijkheid
2.       De raad en MELT stellen dat de stichting geen belanghebbende is bij het plan. Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt. De raad en MELT stellen dat de stichting niet zodanige feitelijke werkzaamheden verricht dat deze toereikend zijn om van een rechtstreeks belang te kunnen spreken. Ter zitting is met partijen besproken dat de stichting na de zitting een schriftelijk overzicht van de feitelijke werkzaamheden zou overleggen. Bij brief van 11 november 2022 heeft de stichting een schriftelijk overzicht van haar gestelde werkzaamheden gegeven. Bij brief van 21 november 2022 heeft MELT daarop gereageerd. De vraag of kan worden geconcludeerd dat de stichting zodanige feitelijke werkzaamheden verricht dat deze toereikend zijn om van een rechtstreeks belang te kunnen spreken, moet in de bodemprocedure worden beantwoord. De voorlopige voorziening procedure leent zich niet voor een definitieve beantwoording van deze vraag. De voorzieningenrechter zal daarom aan de hand van het verzoek van de stichting bepalen of vooruitlopend op de beoordeling in de bodemprocedure een voorlopige voorziening moet worden getroffen.
Spoedeisend belang
3.       Het plan is een correctieve herziening van het bestemmingsplan "Landgoed Tongeren", dat was vastgesteld op 14 februari 2013. Gebleken is dat in dat bestemmingsplan uit 2013 onbedoeld geen bouwvlakken in de verbeelding waren opgenomen. Dat terwijl op grond van de planregels voor de verschillende bestemmingen was voorgeschreven dat gebouwen binnen het bouwvlak moesten worden gebouwd. Met deze correctieve herziening van het plan zijn deze bouwvlakken alsnog opgenomen.
3.1.    De stichting vreest dat het plan door het opnemen van bouwvlakken in de verbeelding activiteiten mogelijk maakt die negatieve effecten kunnen hebben voor de omliggende Natura 2000-gebieden, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Zo kunnen volgens de stichting door het opnemen van bouwvlakken bepaalde bijgebouwen worden gerealiseerd, onder meer voor recreatieve doeleinden.
3.2.    In het plan zijn bouwvlakken in de verbeelding opgenomen die onbedoeld niet waren opgenomen in het vorige bestemmingsplan. In de bodemprocedure zal moeten worden bezien of het plan daarmee ontwikkelingen mogelijk maakt die negatieve effecten kunnen hebben voor de omliggende Natura 2000-gebieden, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Van concrete ontwikkelingen is in de voorlopige voorziening procedure echter niet gebleken. De stichting heeft niet aannemelijk gemaakt dat concrete onomkeerbare activiteiten zullen worden verricht voordat de Afdeling in de hoofdzaak uitspraak heeft gedaan. Ter zitting is uit navraag bij de raad en MELT ook gebleken dat op dit moment geen concrete ontwikkelingen zijn te verwachten. Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzieningenrechter met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Conclusie
4.       Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
5.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier.
w.g. Daalder
voorzieningenrechter
w.g. Van Es
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2022
826