ECLI:NL:RVS:2022:3460
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling door staatssecretaris
De vreemdeling werd bij besluit van 17 oktober 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, die op 1 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom was geen nadere motivering vereist.
De Afdeling nam de motivering van de rechtbank over, die oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen lichter middel dan inbewaringstelling hoefde toe te passen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.